Jos Storms: ‘Maak er wat leuks van. Dat wil ik uitdragen’

Portrettengalerij: Jos Storms

Dit is het vierde in een reeks portretten van personen die actief zijn voor het Zelfregiecentrum.

Door Marleen Close

Toen Jos Storms na vijftien jaar te hebben gewerkt via de Sociale Werkvoorziening moest stoppen van het bedrijf, ging hij niet bij de pakken neerzitten. Hij herinnerde zich de Werkgroep Integratie Gehandicapten (WIG) van dertig jaar geleden en meldde zich aan als vrijwilliger. Hij nam veel ervaring mee, als onder meer gewezen allround medewerker op de personeelsadministratie. Als contactpersoon tussen cliënten en UWV en Sociale Dienst zorgde hij ervoor dat het proces van herindicatie soepel verliep.

Inmiddels is hij bij de WIG beleidsmedewerker op de onderdelen Wonen en Vervoer, zit hij in de projectgroep Toegankelijkheid en maakt hij ook nog tijd voor mensen van ‘buiten’ die zijn advies vragen. Voor de WIG woont Jos vergaderingen en conferenties bij en leest hij beleidsteksten.

Alles mooi uitgekiend

Als jongeman studeerde Jos sociale wetenschappen in Tilburg. Hij was toen nog goedziend en had alles mooi uitgekiend: op zijn dertigste wilde hij afstuderen, tot die tijd gunde hij zichzelf veel reizen in Europa. Met ‘ouwe wrakken van bromfietsen’, waar hij dan op de camping aan sleutelde, ofwel liftend. Helaas bepaalde het lot anders: op zijn negenentwintigste, met nog maar drie tentamens en zijn eindscriptie voor de boeg, werd Jos getroffen door een zeer zeldzame vorm van een erfelijke ziekte die zijn oogzenuw aantastte. In drie maanden tijd nam Jos’ zicht af tot nog maar vijf procent. De artsen stonden voor een raadsel, konden hem niet vertellen wat de prognose was: of hij blind zou worden of het zicht deels zou behouden. Blind werd Jos niet, maar slechtziend is hij sindsdien altijd gebleven.

Via huisarts en maatschappelijk werk kwam Jos uiteindelijk terecht bij Het Loo Erf in Apeldoorn, een revalidatiekliniek voor blinden en slechtzienden. Daar heeft hij nuttige vaardigheden geleerd, zoals het lezen met een vergrotingsapparaat. Jos heeft een halfjaar gerevalideerd op Het Loo Erf.

Vreemde eend

In 1981 probeerde hij zijn studie voort te zetten. Er bestond nog geen computer en boeken werden ingesproken op cassettebandjes. Omdat de beste universiteit voor blinden en slechtzienden in Nijmegen was, verhuisde Jos van Tilburg naar Nijmegen. Maar hij kon er moeilijk zijn weg vinden en was er een vreemde eend in de bijt. Docenten die hij vroeg om een boekenlijst, zodat hij de boeken zou kunnen laten inspreken op band, gaven nul op het rekest. Dus het plan om zijn studie te hervatten, viel in duigen. Want van boeken lezen met een beeldschermloep werd Jos knettergek. Dat kostte enorm veel tijd.

Maar thuis zitten kniezen wilde hij niet. Jos ging vrijwilligerswerk doen voor de toen nog kleine WIG in de Werkgroep Toegankelijkheid. En toen deed de computer zijn intrede. Jos was al snel handig met de DOS-commando’s, en nadat de pc met Windows 95 en – later – 98 kwam, kon hij op zevenenveertigjarige leeftijd weer proberen aan het werk te komen. Dat werd de Sociale Werkvoorziening. ‘Bij veel mensen leeft nog het idee van “SWV is wasknijpers maken”, maar dat is onterecht. Er is ook werk op niveau’, zegt Jos.

Hartstikke goed in debiteurenbeheer

Overigens heeft hij wel wat druk moeten zetten op de SWV om aan de bak te komen. De wachtlijst was lang en na drie maanden schreef Jos een boze maar nette brief aan zowel de directeur van de SWV als de voorzitter van het Dagelijks Bestuur. Binnen een week werd hij opgeroepen voor een gesprek en een luttele week daarna kwam hij terecht op de salarisadministratie. Jos deed daar het debiteurenbeheer, wat erop neerkwam dat hij instanties en gemeenten nabelde over onbetaalde facturen die er al meer dan een halfjaar lagen. ‘Ik was er hartstikke goed in.’

Bij een reorganisatie solliciteerde Jos als personeelsfunctionaris of -adviseur. Helaas kreeg hij geen dergelijke functie. ‘Jos, dat kan jij niet’, werd er tegen hem gezegd. ‘Ze hebben me gewoon een jaarlang laten zwemmen omdat ze me geen taak konden geven.’ Uiteindelijk stapte Jos naar de personeelsfunctionarissen en bood hun zijn diensten aan. Dat sloeg wel aan: hij kon er verslagen maken van medewerkers. Zo rolde Jos in de personeelsadministratie en na een jaar, bij een volgende reorganisatie, kreeg hij de functie van allround medewerker van de personeelsadministratie. Dat werk is hij blijven doen tot 2014. Zodoende heeft Jos van zijn vijftigste tot zijn vijfenzestigste betaald gewerkt. En hij wil bezig blijven, blijven kijken naar mogelijkheden.

Kijk naar mogelijkheden

Zo staat Jos ook in het leven. ‘Kijk naar mogelijkheden. Niet bij de pakken blijven neerzitten. Je kunt honderd, tweehonderd, driehonderd keer tegen jezelf zeggen hoe erg je het hebt, iedereen in de buurt vertellen hoe erg je het hebt. Maak dan in godsnaam een eind aan je leven, als je jezelf en anderen zo gek gaat maken. Dat is misschien wel wat cru, maar ik wilde én wil niet thuiszitten en mijn handje ophouden.’

In 2010 voltrok zich nog een ramp in Jos’ leven. Zijn vrouw, met wie hij sinds 1996 getrouwd was, maakte een eind aan haar leven. Zij was manisch-depressief, wat echter met medicijnen goed leefbaar was. Helaas werd in 2005 dat specifieke medicijn uit de handel genomen en vanaf toen kreeg zijn vrouw zware terugvallen met psychoses. ‘Er valt een gat. Die stilte… Je partner is er niet meer. Ook dat heb ik moeten verwerken. Maar na een week gaat het leven weer door. Op mijn werk hadden ze me alle tijd en ruimte gegeven om me ziek te melden, maar ik dacht: verdomme, ik ga werken! En het is toch wel goed hoe het is gegaan, want zij is van de ellende af. Er was voor haar geen zicht meer op verbetering.’

‘Ik zoek het buiten de deur’

‘Ondanks alles kijk ik naar de goede dingen die er zijn. Ik heb leuk werk, leuke collega’s. Maar ik moet toegeven dat ik het nog steeds moeilijk vind om ’s avonds alleen thuis te zijn. Er is niemand om mee te praten. Ik zoek het buiten de deur. Ik ga bijvoorbeeld wandelen in de Hatertse Vennen, dat is voor mij meditatie. Het horen van de wind in de bomen, de kikkers, de krekels… De natuur ingaan, dan kom ik tot rust.’

Zinvol werk

Een grote drijfveer voor Jos is zinvol werk doen waarmee hij wat voor een ander kan betekenen. ‘Ik zou geen energie krijgen van productie- of inpakwerk. Het moet op niveau zijn.’ Iets anders waar hij energie van krijgt, is te kijken: wat kan ik met mijn beperkingen toch nog doen? Zo is hij een jaar nadat hij slechtziend is geworden in zijn eentje met de bus naar Barcelona geweest voor drie weken. ‘Ik dacht: ik probeer dat uit. Ik had mijn witte stok mee en in die tijd waren er nog heel goedkope taxi’s. Ik liet me naar een camping brengen en heb een goeie tijd gehad en veel ondernomen.’

Jos heeft er een broertje dood aan afhankelijk te zijn van anderen. Zelfregie verwoordt hij dan ook als volgt: ‘Ik doe het zelf, ik kan het. Vijfendertig jaar geleden vertelden ze me waar ik allemaal recht op had. Bijvoorbeeld huishoudelijke hulp. Maar dat kon ik zelf! Ik heb nooit een beroep gedaan op instanties. Ik wil het allemaal zelf doen. Ja, ook de boodschappen. Ik kijk met mijn handloepje op de etiketten, daar heb ik geen moeite mee. Mensen vragen me ofwel of ik van de Keuringsdienst van Waren ben, of ze bieden me hulp aan. Ik kan ook zelf vers koken. Dat lukt allemaal.’

Niet uit handen geven

‘Ik wil zelf de regie nemen, ik wil het zelf doen. Je moet geen dingen uit handen geven aan mensen die met de beste bedoelingen alles voor je komen doen. Ook als goedziende jongeman deed ik het al zo. Ik heb gewoon die instelling. Wil je het zo positief mogelijk maken of is niks goed? Daar gaat het om.’

Is Jos tevreden in het heden? ‘Naar omstandigheden vind ik nog steeds dat ik in het kader van mijn mogelijkheden best een aardig leven heb. Nogmaals, ik vind het vervelend om ’s avonds alleen thuis te zitten, maar ik ga niet op een datingsite zoeken. Als zich nog een leuke dame aandient, een levensgezellin, sta ik daarvoor open. Voor de rest probeer ik zinvol bezig te zijn, eropuit, wandelen, tentoonstellingen bezoeken. Ik ben de afgelopen jaren ook op vakantie geweest naar Kroatië, Rome, Parijs en Praag met een groepsrondreis.’

De toekomst: ‘Ik zie wel’

Gevraagd naar zijn blik op de toekomst, zegt Jos: ‘Ik zie wel. Financieel maak ik me geen zorgen. En als ik onverhoopt hulp nodig mocht hebben, kan ik die hier in Nijmegen krijgen. Binnen het kader van mijn beperkingen én de mogelijkheden kijk ik positief naar de toekomst. Ik probeer nog zo lang mogelijk de deur uit te gaan en vrijwilligerswerk te doen. Ik word natuurlijk ook ouder, maar er zijn bijvoorbeeld het Stip en het SWON waar ik zinvol werk zou kunnen doen.

‘Wat de menselijke kant betreft: als ik aan huis gekluisterd word, weet ik niet of ik nog wel zin heb in het leven. Dan zou ik er misschien een eind aan maken. Maar dat zie ik tegen die tijd wel. Mijn moeder is 97 geworden, en ik hoop er de komende dertig jaar iets leuks van te maken. Dat vind ik belangrijk om uit te dragen: maak er wat leuks van.’

-A A +A